Nieuws en bijeenkomsten in 2026

Zondag 10 mei: vertaalsessie, tekst uit Jean Santeuil

Inleiding op ‘Avond en nacht in Beg-Meil’

Dit korte verhaal uit Jean Santeuil is, evenals het Voorwoord van de hele bundel, gebaseerd op het verblijf in september-oktober 1895 van Marcel Proust en zijn vriend, de componist Reynaldo Hahn, in het Bretonse vissersplaatsje Beg-Meil. Dit ligt niet ver van Quimper en is met een veerboot vanuit het havenstadje Concarneau te bereiken (zie plaatjes 1 en 2). Het verhaal begint op de brede, bosrijke landtong waar niet ver van het haventje het familiepension Fermont ligt, later uitgroeiend tot Grand Hôtel (plaatje 3). Marcel en Reynaldo slapen in de boerderij op het terrein. In de bundel heten ze overigens Jean en Henri.

De deels verborgen hoofdpersoon staat op de oever van de baai La Forêt, waar veel boten langsvaren. Tegen de avond wandelt hij naar het smalste stuk van Beg-Meil, de Pointe, vanwaar je zowel de oceaan als de baai kan zien, met op de andere oever Concarneau (plaatje 4). Op die plek staat ook de Sémaphore, een telegrafiepost die met vlaggentaal werkt (plaatje 5) en in het Voorwoord vaak ter sprake komt als de ‘vuurtoren’.  Op de Punt komt de beleving van de hoofdpersoon tot een hoogtepunt – wat bij dezelfde plek ook voor de bevriende schilder Harrison en zijn latere collega Maufra lijkt te gelden (plaatje 6-7). Daarna gaat hij langs de baai terug voor het diner en om er te slapen in de bedstee, een nieuw hoogtepunt (plaatje 8).

De overvolle tekst, die wij in zes fragmenten hebben ingedeeld, lijkt een experiment met personificatie: de natuurelementen treden handelend op. Evenzeer met synesthesie. Alle zintuigen komen in de opgeschreven waarnemingen en gevoelens aan de beurt. Ze leveren gedachten, beelden en metaforen op die over elkaar heen buitelen. In drie eindeloos doorgaande zinnen rekken ze de grammatica uit tot over de grens van het mogelijke. De tegenstellingen, paradoxen en woordherhalingen in de tekst zijn ontelbaar. Toch blijft de verhaallijn intact.

Ter inspiratie een paar vragen die wij zelf tegenkwamen:
1. hoe vertaal of interpreteer je in bovenstaande context woorden als promontoire, solitaire, froidure, mulet, ce sera
2. hebben de hier gebruikte kleuren (met dank aan Nell) een bepaalde betekenis?
3. sluit Proust het stuk met een bepaalde boodschap af?

Wil je meer te weten komen over het verblijf van Proust en Hahn in Beg-Meil ga dan naar: Jean le Foll, Il y a cent ans: le séjour de Marcel Proust à Beg-Meil (2022)

https://begmeil.fr/file/HTML/Un_peu_d_histoire/Mr_Proust_Beg-Meil.pdf

Over de sprekers:
Else Zuurdeeg studeerde aan de École Normale Supérieure de jeunes filles in Sèvres en was jarenlang docent Frans in Amsterdam. Pim Ligtvoet is theoloog, bestuurslid van de Marcel Proust Vereniging en publiceert geregeld over Proust en vertaalkwesties.

=========================================

MARCEL PROUSTDAG: Proust in poëzie en vertaling

Over de sprekers:

Kiki Coumans studeerde Franse Taal- en Letterkunde en Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam en in Parijs. Ze is literair vertaalster, schrijft recensies en essays. Ze vertaalde werk van Marguerite Duras, Nathalie Sarraute, Apolllinaire, Baudelaire, Georges Perec, Jean Genet, Jean Giono, Edouard Louis, Claude Simon, Robbe-Grillet, Boris Vian, Paul Éluard, Colette… Ze vertaalde uit het vroegere werk van Proust een selectie prozagedichten en teksten (Zeewind op het platteland; rêverieën, 2022).
In 2024 ontving ze de Dr. Elly Jaffé Prijs voor haar hele vertaaloeuvre. 

Ruud Verwael is docent Frans en dichter. Schrijft ‘zin en onzin in de vorm van poëzie, proza, liedteksten, proefwerken en pr-materiaal’. Studeerde af op het gedicht Génie van Arthur Rimbaud. Het lezen van de Recherche van Proust inspireerde hem om daarover de dichten.

Jaap Blonk is een klankdichter en stemkunstenaar, die wereldwijd optreedt en vele albums op zijn naam heeft staan, en daarnaast ook met beeld experimenteert.

35 Variations sur un thème de Marcel Proust is een tekst van Georges Perec die in 1974 in Le Magazine littéraire verscheen en waarin op speelse wijze bepaalde Oulipo-regels worden toegepast. De basistekst “Longtemps, je me suis couché de bonne heure”, Prousts welbekende openingszinnetje van À la recherche du temps perdu, ondergaat vijfendertig variaties.

De bekende toneelregisseur Guy Cassiers is intens gefascineerd door de mogelijkheden van multimedia en werkt aan een toneeltaal die de discussie met de technologie opzoekt. Hoogtepunt in deze zoektocht is ongetwijfeld de vierdelige Proust-cyclus die hij tussen 2002 en 2004 realiseerde, en waarvoor hij de Amsterdamprijs voor de kunsten en de Werkpreis Spielzeiteuropa van de Berliner Festspiele in de wacht sleepte.
Cassiers ensceneert bij voorkeur bewerkingen van bekende romans, zoals ‘Hiroshima Mon Amour’ van Marguerite Duras, ‘Anna Karenina’ van Tolstoj, ‘Bezonken rood’ van Jeroen Brouwers’, ‘Hersenschimmen’ van J.Bernlef. 

=========================================

Zaterdag 11 april hield Cynthia Gamble een lezing in het Engels over Proust en Ruskin: ‘Who was Marie Nordlinger, Marcel Proust’s English muse?’.

Cynthia Gamble, Honorary Research Fellow aan de Universiteit van Exeter, lid van de Academie voor Wetenschappen, Belles-Lettres et Arts van Rouen, schreef talrijke werken over Proust, met name Voix entrelacées de Proust et de Ruskin (2021), samen met Matthieu Pinette Ruskin, Proust et la Normandie : aux sources de la ‘Recherche’ (2022), en meer recentelijk Marie Nordlinger, la muse anglaise de Marcel Proust (2024). Ze woont in Londen.

De bijna mythische naam van Marie Nordlinger (1876-1961) is voor altijd verbonden met Marcel Proust, zie ze hielp bij het vertalen van twee werken van John Ruskin uit het Engels naar het Frans. Maar wie is de echte Marie Nordlinger? Zij was het nichtje van Reynaldo Hahn, een getalenteerd beeldhouwster en kunstenares, edelsmid in het Art Nouveau-atelier van Siegfried Bing en antiekhandelaarster. Voor het eerst wordt het opmerkelijke leven van deze “Parisienne de Manchester” onthuld dankzij een schat aan ongepubliceerde documenten. Cynthia Gamble volgt haar loopbaan als een soort van handelsreizigster in de Verenigde Staten, haar avonturen en tegenslagen in haar huwelijk met Rudolf Meyer-Riefstahl, haar rol als redacteur van de brieven van Proust en als literair criticus van publicaties over haar held.


Zondag 8 maart hield Nell de Hullu-van Doeselaar haar lezing als scheidende secretaris: ‘Het Gezicht op Delft, de naam Brabant en het illustere ras van de Guermantes’.

Een terugblik op ons programma van 2025

Afgelopen jaar zijn er mooie lezingen gehouden door deskundige Proust-liefhebbers over aantrekkelijke onderwerpen:

En begin december de prachtige lezing van onze scheidende voorzittter Sjef Houppermans: ‘Proust in alle Geuren en Kleuren’. “door het geluid van de neervallende regen heen de geur op te snuiven van onzichtbare en nooit verwelkende seringen”. Naast andere soorten waarnemingen en gevoelens die in de Recherche voorkomen zoals die van het zien, het horen en het aanraken, speelt ook de geur een rol van het grootste belang. Dat zintuig kent een oorsprong die meer elementair is dan de andere en directer verbonden is met het onbewuste.

In maart twee lezingen over het landschap in de Recherche van Marcel Proust: ‘Proust en het landschap – de zee en haar erotische uitstraling’ door Sjef Houppermans | En ‘Proust en het Bretonse landschap’ door Annelies Schulte Nordholt.

In april op de Proust-dag over Proust-inspiraties of de doorwerking van de Recherche in het werk van schrijvers en filmmakers. Met een lezing over Montaigne van Hans van Pinxteren en een van Sabine van Wesemael over Proust en Vestdijk. Van Visconti de film “L’innocente”, naar de roman van Gabriele D’annunzio.

In mei een lezing van Isabelle Serça over Marcel Proust en het geheugen in de neurowetenschappen. Geheugen en Tijd zijn nu eenmaal de belangrijkste hoofdpersonages in de Recherche en Proust heeft de vele verschijnselen van het geheugen uiterst fijnzinnig beschreven: van vergeten tot aan hervonden herinneringen dankzij reminiscenties van het ‘onvrijwilige geheugen’.

In oktober een lezing van Wim Lai over Proust en de schilderkunst: ‘Translating Light in Turner’s Landscape‘. Turner is misschien wel de meest geliefde Engelse romantische kunstenaar. Hij werd bekend als ‘de schilder van het licht’, vanwege zijn toenemende interesse in schitterende kleuren als belangrijkste bestanddeel van zijn landschappen en zeegezichten.

Proust in alle Geuren en Kleuren

Van harte welkom op onze bijeenkomst van de Marcel Proust Vereniging op zaterdag 6 december om 11:45 – 13:45 in het Huis de Pinto.
Adres: Sint Antoniebreestraat 69, 1011 HB Amsterdam.
Sjef Houppermans, onze scheidende voorzitter, zal een lezing verzorgen met de titel ‘Proust in alle Geuren en Kleuren’.
Na de lezing van Sjef Houppermans zal Annelies Schulte Nordholt het nieuwe bulletin presenteren.
Toegang voor niet-leden 10 euro

Descriptief:
“Naast andere soorten waarnemingen en gevoelens die in de Recherche voorkomen zoals die van het zien, het horen en het aanraken, speelt ook de geur een rol van het grootste belang.” Dat zintuig kent een oorsprong die meer elementair is dan de andere en directer verbonden is met het onbewuste. Vandaar ook het tweeslachtige karakter van deze gewaarwordingen. De edele parfums die naar sublimatie streven worden steeds weer op de hielen gezeten door kwalijke geuren en verdachte uitwasemingen. “Deze dubbele oriëntatie manifesteert zich in het bijzonder bij de meidoornbloesem en bij sommige andere bloemen, maar duikt ook op in de intimiteit van toiletten en wc’s.”

Chez Proust, les parfums, comme l’illustre la fameuse
« madeleine », font revivre des émotions intenses et reconstituer le passé, car l’odorat est intimement lié à la mémoire et à l’émotion. Les parfums évoquent des univers sensoriels comme ce « vase rempli de parfums, de sons, de projets et de climats ».

‘Translating Light in Turner’s Landscape’

Lezing zondag 12 oktober 2025 om 14:30 in het Engels van Wim Lai, Phd candidate Leiden University, over Proust en de schilderkunst: ‘Translating Light in Turner’s Landscape‘. Discussie en een verre d’Amitié na afloop in het Huis de Pinto, Sint Antoniebreestraat 69, 1011 HB Amsterdam

Turner is misschien wel de meest geliefde Engelse romantische kunstenaar. Hij werd bekend als ‘de schilder van het licht’, vanwege zijn toenemende interesse in schitterende kleuren als belangrijkste bestanddeel van zijn landschappen en zeegezichten.

Turner wordt wel genoemd in verband met het werk van Marcel Proust, met name door de invloed van bepaalde schilderijen (zoals The Harbours of England of The Dogana) op de beschrijving van de fictieve schilder Elstir in A la Recherche du temps perdu. Proust leerde het werk van Turner kennen via gravures die waren gepubliceerd in uitgaven van het werk van John Ruskin, en diens bewondering voor Turner heeft bijgedragen aan het vormgeven van Prousts visie. Prousts invloed is echter voornamelijk literair en psychologisch, gericht op de innerlijke wereld van de mens en de aard van het geheugen. Turner’s invloed is primair visueel en artistiek, gericht op de perceptie van de buitenwereld, licht, kleur en atmosferische effecten in zijn schilderijen.

Over de spreker,

Wim Lai, MA in algemene en vergelijkende literatuurwetenschap, is promovendus aan de Universiteit Leiden, Nederland. Zijn proefschrift ‘A cognitive approach to Proustian Happiness and Arts’ wordt begeleid door dr. Annelies Schulte Nordholt en Prof.dr. Kitty Zijlmans. Zijn onderzoeksgebied omvat modernistische literatuur met een focus op Marcel Proust, transmedia narratologie en cognitieve narratologie. Naast zijn onderzoeksactiviteiten werkt hij als grafisch ontwerper.

Marcel Proust in gezelschap van Montaigne, Vestdijk en Visconti

Welkom in het lierair en cultureel centrum Huis de Pinto https://huisdepinto.nl/ op zondag 6 april 2025.
Op onze jaarlijkse Marcel Proustdag besteden we ditmaal aandacht aan schrijvers en filmkunstenaars die laten inspireren door Proust of in hun werk verwantschap vertonen met de Recherche.

Met een voordracht van Hans van Pinxteren over zijn persoonlijke ervaringen bij het vertalen van de Essays van Montaigne. 

Een lezing van romaniste Sabine van Wesemael over Proust & Vestdijk.

Een FILM : Luchino Visconti, L’innocente, naar de roman van Gabriele D’annunzio.
Voor Visconti ls de Recherche van Proust een belangrijke inspiratiebron. Met een inleiding van Anja-Hélène van Zandwijk.

Achtergrondinformatie :
In zijn laatste boek Hoe ouder hoe vrolijker kijkt literair vertaler Hans van Pinxteren terug op zijn leven en werk. Het is een hommage aan de vertaler en een plezier om te duiken in de levens en het oeuvre van de grote Franse schrijvers en filosofen. Twaalf jaar heeft Van Pinxteren aan de vertaling van de Essays van Montaigne (1533-1592) gewerkt. Doordat hij na vijf jaar een beetje vastliep, besloot hij naar het slot Montaigne in de Périgord af te reizen. Als Montaignes vertaler krijgt hij de sleutel van diens werkruimte in de toren bij het kasteel. Urenlang blijft hij daar zitten nadenken, voelen en kijken naar de inscripties die Montaigne in de balken heeft laten graveren. Wie was de man die hier vier eeuwen geleden heeft zitten schrijven? En laat hij hem nou vinden! ‘Het was net of hij zojuist het vertrek was uitgelopen om elders in het kasteel een bediende een opdracht te geven.’
En zo heeft hij vriendschap gesloten met Michel de Montaigne, die hem de moed gaf zijn enorme klus voort te zetten: de 1.400 pagina’s van de Essays in de geest van de schrijver toegankelijk maken voor de Nederlandse lezer. Het boek verschijnt in 2004. 
‘Ik heb zo’n twaalf jaar heen en weer gependeld tussen zijn eeuw en de mijne. En toen ik klaar was, had ik een verjongingskuur ondergaan. Of áls ik al ouder was geworden, dan ook een stuk vrolijker.’

Sabine van Wesemael doceert aan de Universiteit van Amsterdam, ze spreekt en publiceert regelmatig over moderne Franse literatuur.
Vestdijk heeft bij herhaling aangegeven dat het lezen van de romancyclus A la recherche du temps perdu van Marcel Proust van betekenis is geweest voor zijn eigen schrijverschap. Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw heeft hij zich ingespannen om Prousts roman voor het voetlicht te brengen.
Vestdijk verwerkte verwijzingen naar de Recherche in zijn aanzet tot een proefschrift Het wezen van de angst en laat Anton in De laatste kans een aantal deeltjes Proust lezen. Zowel in de jaren dertig als na de Tweede Wereldoorlog ontpopt Vestdijk zich als een vurig pleitbezorger van de Recherche en stelt alles in het werk om aanvallen op Proust te pareren; de standpunten die hij daarbij naar voren brengt zijn vaak zeer eigenzinnig en getuigen van een opmerkelijk groot inzicht. Vestdijk heeft een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse Proustkritiek. Maar de analyses van Vestdijk tonen eveneens aan dat literaire kritiek zoals zo vaak, functioneert als reflectie op de eigen schrijversproblematiek. De doorwerking van de Recherche in het werk van Vestdijk komt sterk naar voren in zijn Kind tussen vier vrouwen.

FILM L’innocente van Lucino Visconti.
Italiaans-Franse dramafilm uit 1976 met in de hoofdrollen Giancarlo Giannini en Laura Antonelli. Gebaseerd op de gelijknamige roman van Gabriele D’annunzio.
Chopin, Gluck en Mozart klinken in de salons van L’innocente. De wanden zijn er fraai bekleed, de kleuren vormen een harmonieuze eenheid met de kostuums van de acteurs. Het is de ideale omgeving voor Visconti, maar het is ook een omgeving die geheel wordt aangetast door een fundamentele rot. Een decadentie die wordt gepersonifieerd door Giancarlo Giannini, wiens overspel en jaloezie leiden tot een gruwelijke misdaad; en daar is de essentie van Visconti’s esthetiek te vinden. Een schitterend decor, een prachtige vertelling, maar uiteindelijk gaat het toch om de aristocraten die de wereld doen ondergaan. De perfecte vormgeving van zijn films werd uit liefde gecreëerd, maar met nog meer passie verwoest.
Het is vaak geopperd dat de films uit Visconti’s laatste jaren, door de nadruk op verval en teloorgang van een verloren tijdperk, stuk voor stuk een voorbereiding waren op zijn geplande verfilming van A la recherche du temps perdu van Marcel Proust. Visconti over de Recherche van Proust: ‘Hoewel de poëtische kant mij ook interesseert, is de sociale polemiek voor mij van essentieel belang: de ontdekking van een samenleving waarin Proust, heel zijn leven, geneigd is geweest op te gaan, de chic, de beroemde Faubourg. Hij hoopt er deel van uit te maken, er mensen te ontmoeten, betrekkingen met hen aan te knopen en te onderhouden, en stukje bij beetje ontdekt hij dat achter die fascinerende façade slechts ruïnes zijn, dat het slechts een heel zwak bouwsel is dat op het punt staat te ontbinden en ineen te storten. […] Binnen dat sociale kader draaien de psychologische en morele thema’s. Natuurlijk ben ik van plan die aan te pakken en de liefde, de jaloezie, de homoseksualiteit er bij te laten komen; maar bovenal de betrekkingen tussen de verschillende personen van La recherche, de bijzonder innige betrekkingen. La recherche lijkt op een enorme veelpuntige ster, waar binnen alles in de knoop raakt en zich ontknoopt. […] Ieder gevoel wordt bij aanraking met een bepaalde werkelijkheid vernietigd. Meer dan de lyriek en het poëtische van de schrijfstijl, is dat vandaag de belangrijkste les van La recherche. ’
https://www.youtube.com/watch?v=wrz-OCQiTpg