Zondag 10 mei: vertaalsessie, tekst uit Jean Santeuil
Inleiding op ‘Avond en nacht in Beg-Meil’
Dit korte verhaal uit Jean Santeuil is, evenals het Voorwoord van de hele bundel, gebaseerd op het verblijf in september-oktober 1895 van Marcel Proust en zijn vriend, de componist Reynaldo Hahn, in het Bretonse vissersplaatsje Beg-Meil. Dit ligt niet ver van Quimper en is met een veerboot vanuit het havenstadje Concarneau te bereiken (zie plaatjes 1 en 2). Het verhaal begint op de brede, bosrijke landtong waar niet ver van het haventje het familiepension Fermont ligt, later uitgroeiend tot Grand Hôtel (plaatje 3). Marcel en Reynaldo slapen in de boerderij op het terrein. In de bundel heten ze overigens Jean en Henri.
De deels verborgen hoofdpersoon staat op de oever van de baai La Forêt, waar veel boten langsvaren. Tegen de avond wandelt hij naar het smalste stuk van Beg-Meil, de Pointe, vanwaar je zowel de oceaan als de baai kan zien, met op de andere oever Concarneau (plaatje 4). Op die plek staat ook de Sémaphore, een telegrafiepost die met vlaggentaal werkt (plaatje 5) en in het Voorwoord vaak ter sprake komt als de ‘vuurtoren’. Op de Punt komt de beleving van de hoofdpersoon tot een hoogtepunt – wat bij dezelfde plek ook voor de bevriende schilder Harrison en zijn latere collega Maufra lijkt te gelden (plaatje 6-7). Daarna gaat hij langs de baai terug voor het diner en om er te slapen in de bedstee, een nieuw hoogtepunt (plaatje 8).
De overvolle tekst, die wij in zes fragmenten hebben ingedeeld, lijkt een experiment met personificatie: de natuurelementen treden handelend op. Evenzeer met synesthesie. Alle zintuigen komen in de opgeschreven waarnemingen en gevoelens aan de beurt. Ze leveren gedachten, beelden en metaforen op die over elkaar heen buitelen. In drie eindeloos doorgaande zinnen rekken ze de grammatica uit tot over de grens van het mogelijke. De tegenstellingen, paradoxen en woordherhalingen in de tekst zijn ontelbaar. Toch blijft de verhaallijn intact.
Ter inspiratie een paar vragen die wij zelf tegenkwamen:
1. hoe vertaal of interpreteer je in bovenstaande context woorden als promontoire, solitaire, froidure, mulet, ce sera
2. hebben de hier gebruikte kleuren (met dank aan Nell) een bepaalde betekenis?
3. sluit Proust het stuk met een bepaalde boodschap af?
Wil je meer te weten komen over het verblijf van Proust en Hahn in Beg-Meil ga dan naar: Jean le Foll, Il y a cent ans: le séjour de Marcel Proust à Beg-Meil (2022)
https://begmeil.fr/file/HTML/Un_peu_d_histoire/Mr_Proust_Beg-Meil.pdf
Over de sprekers:
Else Zuurdeeg studeerde aan de École Normale Supérieure de jeunes filles in Sèvres en was jarenlang docent Frans in Amsterdam. Pim Ligtvoet is theoloog, bestuurslid van de Marcel Proust Vereniging en publiceert geregeld over Proust en vertaalkwesties.
=========================================
MARCEL PROUSTDAG: Proust in poëzie en vertaling
Over de sprekers:
Kiki Coumans studeerde Franse Taal- en Letterkunde en Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam en in Parijs. Ze is literair vertaalster, schrijft recensies en essays. Ze vertaalde werk van Marguerite Duras, Nathalie Sarraute, Apolllinaire, Baudelaire, Georges Perec, Jean Genet, Jean Giono, Edouard Louis, Claude Simon, Robbe-Grillet, Boris Vian, Paul Éluard, Colette… Ze vertaalde uit het vroegere werk van Proust een selectie prozagedichten en teksten (Zeewind op het platteland; rêverieën, 2022).
In 2024 ontving ze de Dr. Elly Jaffé Prijs voor haar hele vertaaloeuvre.
Ruud Verwael is docent Frans en dichter. Schrijft ‘zin en onzin in de vorm van poëzie, proza, liedteksten, proefwerken en pr-materiaal’. Studeerde af op het gedicht Génie van Arthur Rimbaud. Het lezen van de Recherche van Proust inspireerde hem om daarover de dichten.
Jaap Blonk is een klankdichter en stemkunstenaar, die wereldwijd optreedt en vele albums op zijn naam heeft staan, en daarnaast ook met beeld experimenteert.
35 Variations sur un thème de Marcel Proust is een tekst van Georges Perec die in 1974 in Le Magazine littéraire verscheen en waarin op speelse wijze bepaalde Oulipo-regels worden toegepast. De basistekst “Longtemps, je me suis couché de bonne heure”, Prousts welbekende openingszinnetje van À la recherche du temps perdu, ondergaat vijfendertig variaties.
De bekende toneelregisseur Guy Cassiers is intens gefascineerd door de mogelijkheden van multimedia en werkt aan een toneeltaal die de discussie met de technologie opzoekt. Hoogtepunt in deze zoektocht is ongetwijfeld de vierdelige Proust-cyclus die hij tussen 2002 en 2004 realiseerde, en waarvoor hij de Amsterdamprijs voor de kunsten en de Werkpreis Spielzeiteuropa van de Berliner Festspiele in de wacht sleepte.
Cassiers ensceneert bij voorkeur bewerkingen van bekende romans, zoals ‘Hiroshima Mon Amour’ van Marguerite Duras, ‘Anna Karenina’ van Tolstoj, ‘Bezonken rood’ van Jeroen Brouwers’, ‘Hersenschimmen’ van J.Bernlef.
=========================================
Zaterdag 11 april hield Cynthia Gamble een lezing in het Engels over Proust en Ruskin: ‘Who was Marie Nordlinger, Marcel Proust’s English muse?’.
Cynthia Gamble, Honorary Research Fellow aan de Universiteit van Exeter, lid van de Academie voor Wetenschappen, Belles-Lettres et Arts van Rouen, schreef talrijke werken over Proust, met name Voix entrelacées de Proust et de Ruskin (2021), samen met Matthieu Pinette Ruskin, Proust et la Normandie : aux sources de la ‘Recherche’ (2022), en meer recentelijk Marie Nordlinger, la muse anglaise de Marcel Proust (2024). Ze woont in Londen.
De bijna mythische naam van Marie Nordlinger (1876-1961) is voor altijd verbonden met Marcel Proust, zie ze hielp bij het vertalen van twee werken van John Ruskin uit het Engels naar het Frans. Maar wie is de echte Marie Nordlinger? Zij was het nichtje van Reynaldo Hahn, een getalenteerd beeldhouwster en kunstenares, edelsmid in het Art Nouveau-atelier van Siegfried Bing en antiekhandelaarster. Voor het eerst wordt het opmerkelijke leven van deze “Parisienne de Manchester” onthuld dankzij een schat aan ongepubliceerde documenten. Cynthia Gamble volgt haar loopbaan als een soort van handelsreizigster in de Verenigde Staten, haar avonturen en tegenslagen in haar huwelijk met Rudolf Meyer-Riefstahl, haar rol als redacteur van de brieven van Proust en als literair criticus van publicaties over haar held.
Zondag 8 maart hield Nell de Hullu-van Doeselaar haar lezing als scheidende secretaris: ‘Het Gezicht op Delft, de naam Brabant en het illustere ras van de Guermantes’.
Een terugblik op ons programma van 2025
Afgelopen jaar zijn er mooie lezingen gehouden door deskundige Proust-liefhebbers over aantrekkelijke onderwerpen:
En begin december de prachtige lezing van onze scheidende voorzittter Sjef Houppermans: ‘Proust in alle Geuren en Kleuren’. “door het geluid van de neervallende regen heen de geur op te snuiven van onzichtbare en nooit verwelkende seringen”. Naast andere soorten waarnemingen en gevoelens die in de Recherche voorkomen zoals die van het zien, het horen en het aanraken, speelt ook de geur een rol van het grootste belang. Dat zintuig kent een oorsprong die meer elementair is dan de andere en directer verbonden is met het onbewuste.
In maart twee lezingen over het landschap in de Recherche van Marcel Proust: ‘Proust en het landschap – de zee en haar erotische uitstraling’ door Sjef Houppermans | En ‘Proust en het Bretonse landschap’ door Annelies Schulte Nordholt.
In april op de Proust-dag over Proust-inspiraties of de doorwerking van de Recherche in het werk van schrijvers en filmmakers. Met een lezing over Montaigne van Hans van Pinxteren en een van Sabine van Wesemael over Proust en Vestdijk. Van Visconti de film “L’innocente”, naar de roman van Gabriele D’annunzio.
In mei een lezing van Isabelle Serça over Marcel Proust en het geheugen in de neurowetenschappen. Geheugen en Tijd zijn nu eenmaal de belangrijkste hoofdpersonages in de Recherche en Proust heeft de vele verschijnselen van het geheugen uiterst fijnzinnig beschreven: van vergeten tot aan hervonden herinneringen dankzij reminiscenties van het ‘onvrijwilige geheugen’.
In oktober een lezing van Wim Lai over Proust en de schilderkunst: ‘Translating Light in Turner’s Landscape‘. Turner is misschien wel de meest geliefde Engelse romantische kunstenaar. Hij werd bekend als ‘de schilder van het licht’, vanwege zijn toenemende interesse in schitterende kleuren als belangrijkste bestanddeel van zijn landschappen en zeegezichten.
